Hoofdstuk 4 — Oefeningen Basis Syntax
Opgaven (Java 21):
- Puntkomma en blokken
- Schrijf een programma dat twee variabelen optelt binnen een binnenblok
{}en het resultaat buiten het blok probeert te gebruiken. Observeer de compileerfout en los het op.
- Naamconventies
- Maak een klasse
NaamConventiesOefmet een constanteMAX_ITEMSen een variabeleminimumItems. Print beide.
- If/else en scope
- Lees een score (int) in. Print "Geslaagd" als score ≥ 60, anders "Gezakt". Probeer een variabele uit het if‑blok buiten dat blok te gebruiken en fix de fout netjes.
- Switch‑expressie
- Vraag de gebruiker om een dagnummer (1–7) en print de dagnaam met een switch‑expressie met pijl‑syntaxis.
- Lussen vormen
- Print met
for,whileendo-whilede getallen 0 t/m 2.
- Methoden
- Schrijf een methode
int som(int a, int b)en print het resultaat vansom(4, 5).
- Tekst en escaping
- Print een pad met backslashes (bijv.
C:\Users\Jij) en een zin met aanhalingstekens.
- Fouten herkennen
- Maak bewust een hoofdletterfout (
system.out.println) en herstel die.
Zie de Java‑bestanden in chapter_4/ voor TODO‑skeletten.